Pascal Gunsch

Argumenteren

DROGREDENEN

Soms worden argumenten verkeerd gebruikt, waardoor de bijbehorende redenering niet klopt. Sommige foute redeneringen zijn makkelijk te zien, maar vaak lijkt de redenering wel aannemelijk. Een redenering die niet klopt maar wel aannemelijk lijkt, wordt een drogreden genoemd.

Soorten drogredenen

Er zijn verschillende soorten drogredenen. Over het algemeen zijn die in twee categorieën onder te verdelen. Bij de eerste soort drogredenen is er een fout in het argumentatieschema. Bij de tweede is de foute redenering gebaseerd op onjuist gebruik van de discussieregels. Dit houdt in dat er argumenten worden gebruikt die geen argumenten zijn. Enkele voorbeelden:

Onjuiste oorzaak-gevolgrelatie

De onjuiste oorzaak-gevolgrelatie, ook wel onjuist beroep op causaliteit genoemd, is de drogreden dat de oorzaak en het gevolg verkeerd gebruikt worden. Oorzaak en gevolg kunnen omgekeerd worden, of er wordt een oorzakelijk verband gesuggereerd terwijl dit niet zo is. Bijvoorbeeld:

Sinds het aantreden van de nieuwe regering is de werkgelegenheid fors toegenomen, dus het lijkt me dat deze regering haar werk goed gedaan heeft.

Valse vergelijking

Bij een valse vergelijking wordt, zoals de naam al zegt, een verkeerde vergelijking gemaakt. De vergeleken zaken zijn dan nauwelijks tot niet met elkaar gerelateerd, waardoor de argumentatie niet klopt. Bijvoorbeeld:

De geschiedenislessen op de middelbare school kunnen beter worden afgeschaft. Wat gebeurd is, is gebeurd. Een versleten jas gooi je toch ook weg?

Overhaaste generalisatie

Bij een overhaaste generalisatie wordt een conclusie getrokken die in het algemeen moet gelden, uit een te klein aantal gegevens. Dit komt vooral voor bij anekdotische bewijzen. Bijvoorbeeld:

Mijn opa rookte elke dag een pakje sigaretten, en is 95 jaar oud geworden. Roken is dus niet ongezond.

Cirkelredenering

Bij een cirkelredenering of petitio principii komt het argument dat voor een standpunt moet pleiten op hetzelfde neer als het standpunt. Bijvoorbeeld:

Piet heeft dat niet gestolen, want hij is geen dief.

Persoonlijke aanval

Bij een persoonlijke aanval wordt de persoon die een standpunt verdedigd aangevallen. Hierdoor wordt de geloofwaardigheid van de persoon in twijfel getrokken, en zo ook zijn standpunt. Er wordt dus op de man gespeeld en niet op de bal. Een ander woord is argumentum ad hominem. Bijvoorbeeld:

Met die belastingverlaging wil de president natuurlijk alleen maar stemmen winnen.

Ontduiken bewijslast

Bij het ontduiken van de bewijslast wordt een standpunt zo gepresenteerd, alsof er geen tegenbewijs geleverd hoef te worden. Bijvoorbeeld:

Dit kabinet heeft zijn langste tijd gehad. Dat zal iedereen met mij eens zijn.

Autoriteitsargument

Bij een autoriteitsargument wordt er ten onrechte beroep gedaan op de eigen deskundigheid of het gezag van iemand anders. Bijvoorbeeld:

De ING is de beste bank voor alle Nederlanders. Dat zegt de voetballer Wesley Sneijder ook.

Bespelen van het publiek

Bij het bespelen van het publiek wordt geprobeerd de tegenstander op onredelijke wijze (emoties, angst, schuld) te overtuigen. Bijvoorbeeld:

Hoe kunt u mij nu ontslaan, ik heb het al zo moeilijk.

Vertekenen van een standpunt

Bij het vertekenen van een standpunt wordt het standpunt van de tegenstander zo verdraaid, overdreven of uit context gehaald, dat het standpunt veel makkelijker aan te vallen is. Bijvoorbeeld:

Als je vindt dat medisch specialisten soms te veel verdienen, vind je ook dat hun tarieven drastisch omlaag moeten!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s